Tandartsen hebben, net als andere professionals in de gezondheidszorg, geen resultaatverplichting, maar een inspanningsverplichting. Dit houdt in dat hij goede zorg moet leveren.

Maar wat houdt dat eigenlijk in, ‘goede zorg’? En hoe kun je als patiënt beoordelen of je tandarts heeft gefaald?

Goede zorg is een rekbaar begrip. Welke handeling juist is, hangt af van de situatie en de patiënt.

Voor wie snel wil nagaan hoe zijn tandarts functioneert heeft Patiëntenfederatie Nederland een checklist ontwikkeld (pdf). Hierin staan vrij basale criteria, zoals de eis dat de behandelstoel en het fonteintje schoon zijn. De checklist geeft dan ook slechts een globale indicatie voor de kwaliteit van de zorg.

Een goed inhoudelijk oordeel vellen over je tandarts is voor een leek een stuk ingewikkelder. Als een vulling er na twee jaar uitvalt, kan dat betekenen dat de vulling niet goed is gezet, maar ook dat de bewuste kies is overbelast.

En als de tandarts aankondigt alleen een vulling te zetten, maar uiteindelijk overgaat tot een wortelkanaalbehandeling, betekent niet dat hij een fout heeft gemaakt. Een behandeling kan achteraf gecompliceerder blijken dan vooraf is gedacht.

Maximumtarieven

Iets eenvoudiger te beoordelen zijn de kosten die de tandarts in rekening brengt. Voor elke handeling worden jaarlijks maximumtarieven vastgesteld en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit. Hierop staat ook voor elke handeling een unieke code vermeld (een cijfer en een letter), die je op je tandartsrekening terug kunt vinden. Je kunt op deze manier vaststellen of de bedragen kloppen.

Als er meer verrichtingen op staan dan je tandarts heeft uitgevoerd, vraag de tandarts dan om uitleg. Blijft een goede motivering achterwege, dan kun je dit aanhangig maken bij de Informatielijn van de Nederlandse Zorgautoriteit, die eventueel nader onderzoek kan verrichten.

Je kunt de codes op de tarievenlijst ook gebruiken door voorafgaand aan een gecompliceerde behandeling bij je zorgverzekeraar te informeren wat je vergoed krijgt. Zo voorkom je nare verrassingen.

De codes vertellen natuurlijk niets over het waarom van een bepaalde behandeling. Hiervoor moet je bij je tandarts te rade gaan. Een alternatief is met het Tandheelkundig Informatie Punt (TIP), opgericht door de Nederlandse Maatschappij Tandheelkunde. Je kunt daar terecht voor technische vragen over je gebit, maar ook voor advies als je een klacht wil indienen.

Heb je twijfels over de behandeling, de informatievoorziening of de rekening van je tandarts, dan is het verstandig dit eerst met hem/haar persoonlijk te bespreken. Misschien is sprake van een misverstand of kan je tandarts je klacht verhelpen. Is dit niet het geval, dan kun je een schriftelijke klacht indienen, liefst per aangetekende brief. Geef je tandarts een redelijke termijn om te reageren.

Second opinion

Wil je graag advies van een externe deskundige, dan kun je contact opnemen met het TIP. Je kunt ook een second opinion aanvragen van een andere tandarts, die een onafhankelijk oordeel velt. Eventueel kan deze tandarts bemiddelen.

Heb je een tandartsverzekering afgesloten, informeer dan vooraf of deze zo'n second opinion dekt, want dit is weleens het geval. Je kunt voor een second opinion soms ook bij je zorgverzekeraar terecht.

Kom je er met je tandarts niet uit, dan resten twee opties: overstappen naar een andere tandarts of verder klagen. Elke tandarts moet een klachtenregeling bieden. Veel tandartsen zijn aangesloten bij een branche-organisatie, die beschikken over een eigen klachtencommissie.

Er bestaan in ons land twee beroepsorganisaties: de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) en de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT). Tandartsen die niet aangesloten zijn bij een beroepsgroep moeten zich individueel bij een klachtencommissie aansluiten.

Klachtencommissie

Soms wordt ervoor gekozen om eerst een bemiddelingspoging te wagen, waarbij onafhankelijke deskundigen op zoek gaan naar een oplossing die voor beide partijen aanvaardbaar is. Als dit geen optie is of als geen oplossing mogelijk is, kun je een formele klacht indienen bij de klachtencommissie. Deze oordeelt vervolgens of jouw klacht gegrond is en doet aanbevelingen voor verbeteringen.

Tegen de uitspraak kun je in principe niet in beroep. In dat geval kun je eventueel nog besluiten om naar de rechter of het tuchtcollege te stappen. Zit je tandarts fout, dan kan het tuchtcollega een waarschuwing of berisping geven, een boete opleggen of een arts (tijdelijk) verbieden zijn beroep uit te oefenen.

Je kunt je klacht ook melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze neemt geen individuele klachten in behandeling, maar kan wel eventueel besluiten tot nader onderzoek.

Keurmerk voor tandartsen

Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Ben je niet tevreden over je tandarts of ben je net verhuisd, vraag dan in je omgeving om advies. Of surf naar de website tandarts.nl, waar je op postcode kunt zoeken.

Raadpleeg ook eens het Kwaliteitsregister Tandartsen. De tandartsen die daar zijn ingeschreven zijn minimaal veertien uur per week met hun vak bezig, leven bepaalde gedragsregels en richtlijnen na en hebben een afdoende klachtenregeling. Daarnaast houden ze hun vak bij. Dat register dient dus als een keurmerk.

Bedenk wel dat de eisen die je aan een tandarts stelt per persoon kunnen verschillen. De een hecht aan openingstijden buiten kantooruren, terwijl dat voor een ander minder belangrijk is. De een wil graag een kleine praktijk, met een vaste tandarts, terwijl de ander de voorkeur geeft aan een grote praktijk, waar ook mondhygiënisten werkzaam zijn.

Een goede wederzijdse vertrouwensband is heel belangrijk is. In dat kader is het verstandig om een vaste tandarts te hebben, met wie je ook afspraken voor de langere termijn kunt maken.

LEES OOK: Een arts legt uit waar je bij vaccinaties voor je vakantie op moet letten